Afgelopen week bezocht ik Gamescom in Keulen, de grootste gamebeurs van Europa. Een plek waar honderdduizenden spelers samenkomen, maar ook waar ontwikkelaars, uitgevers, investeerders en onderwijsinstellingen elkaar ontmoeten.
Vanuit mijn rollen bij GameLab en de Dutch Games Association keek ik natuurlijk vooral naar de zakelijke kant van het evenement. In het Holland Pavilion presenteerden Nederlandse studio’s hun games aan een internationaal publiek. Het blijft indrukwekkend om te zien hoeveel creativiteit, kennis en ondernemerschap onze relatief kleine gamesector te bieden heeft.
Voor GameLab is Gamescom ook een goede plek om nieuwe ontwikkelingen te signaleren. Welke games vallen op? Waar zijn uitgevers naar op zoek? En welke vaardigheden worden steeds belangrijker voor studenten die straks in deze industrie willen werken? Tegelijkertijd werd opnieuw duidelijk dat persoonlijk contact onmisbaar blijft. De beste gesprekken ontstaan vaak spontaan, ergens tussen twee afspraken in.
Na enkele intensieve dagen keerde ik huiswaarts met nieuwe ideeën, waardevolle contacten en vooral veel energie. Gamescom laat ieder jaar weer zien hoe internationaal, dynamisch en veelzijdig de game-industrie is, en hoeveel kansen er liggen voor een nieuwe generatie Nederlandse gamemakers.
Daarbij komt wel: de Nederlandse game-industrie zit in een moeilijke fase. Nieuwsuur maakte hier een item over, waar ik in geïnterviewd ben. Het fragment is hier terug te kijken.